maandag 25 mei 2026

22 mei Brugge - Gent

Vandaag fietsen we van de ene oude Vlaamse stad (Brugge) naar de andere (Gent). Dat is een afstand van zo'n 50 km. Daar draaien we onze hand niet voor om, alleen de wielen. Wel moeten we even uitvogelen hoe we door Brugge moeten fietsen om op de route naar Gent te komen. Na het ontbijtbuffet in het hotel vragen we daarom bij het uitchecken aan de jonge dame van het hotel hoe we het beste de stad kunnen uit fietsen - het hotel is immers een Velotel, dus ze zal het wel weten nemen we aan.

Ze weet het inderdaad en zegt, heel aardig, dat ze wel even een blaadje voor ons zal uitprinten met de fietsknooppuntenroute naar Gent. Ook krijgen we nog een plattegrond van Brugge en van Gent van haar. Als we zeggen dat we een ANWB-kaart hebben met fietsknooppunten er op, maar dat de kaart gisteren  - vermoedelijk vandaag ook - niet alle knooppunten onderweg aangeeft, vertelt ze dat de Belgische fietsknooppunten één keer in de tien jaar officieel vernieuwd worden en dat was toevallig net afgelopen april geschiedt. Juist ja, de kaart die de ANWB ons in mei heeft verkocht, is dus een verouderde versie. Ze hadden zeker nog een voorraadje over. 

We moeten vandaag grotendeels het kanaal Gent-Brugge volgen. Om half negen gaan we op pad. In Brugge stuiten we direct op een omleiding (een afgesloten brug die gerepareerd wordt) die ons verhindert om naar ons eerste knooppunt te fietsen, maar - heel attent van de gemeente Brugge - hebben ze voor fietsers een omleiding naar het betreffende fietsknooppunt aangegeven en even later zitten we weer op de juiste route.

Knooppunt 3; Klopt met ons briefje!

We fietsen vervolgens in een soort cirkel om de stad heen op weg naar het kanaal Gent - Brugge

Brugge in het ochtendzonnetje


De wieken van deze molen in Brugge staan stil, maar de wielen van de fietser links draaien volop.

Echter na een tijdje gaat het mis, althans met het volgen van de route. Zie het kaartje onder - dat oranje lijntje zijn wij - en let vooral even op die twee uitsteeksels onder aan de kaart, een kleine en een grote.

Die eerste kleine uitsteeksel is mijn schuld. Ik miste een fietsknooppuntbordje en fietste enthousiast rechtdoor. Marianne dacht 'hij zal het wel weten', maar vroeg even later voor de zekerheid toch maar of we bij dat knooppunt niet linksaf hadden gemoeten. "Was daar een knooppunt?" Oeps niet gezien, omgekeerd dus en alsnog afgeslagen. Maar daar komen we direct een groter probleem tegen. Er zijn wegwerkzaamheden bij een grote ontsluitingsweg van de stad, waar we toevallig net een stukje langs moeten fietsen en we worden naar de overkant van de weg geleid. 

Dat is nog tot daar en toe, maar wat veel vervelender is, is dat alle fietsknooppuntbordjes aan beide zijden van de weg zijn weggehaald, vermoedelijk in verband met de wegwerkzaamheden. We weten dus niet waar we eventueel moeten afslaan. Amai, zoals de Belgen zeggen. We fietsen eerst over een hoog viaduct - nou ja, fietsen, ik stap af en loop omhoog, dat gaat sneller  - waarna een lang 'afdaling' volgt. We fietsen ondertussen om ons heen kijkend een stuk door in de hoop dat we weer een fietsknooppuntbordje zien. Op een gegeven moment zien we er inderdaad gelukkig weer één. Dat is mooi, maar wat minder mooi is dat er geen enkel bekend nummer op staat. "Het meest praktische wat een reiziger kan doen die onzeker is over zijn weg, is niet om met grootse snelheid de verkeerde richting op te gaan, maar om te overwegen hoe hij de juiste richting kan vinden." - R.H. Towney; Engelse schrijver; 1920.

We kijken daarom even op Google Maps en zien dat we te ver zijn door gereden en keren om. Dat zorgt voor het tweede uitsteeksel op het kaartje. Als we ergens een kanaal zien - zou dat het kanaal Gent-Brugge zijn? - besluiten we die kant op te fietsen en gelukkig zien we even later een knooppuntbordje met een nummer er op dat wel op ons briefje staat. Hoera, we are back on track. We volgen het fietspad langs het kanaal.

Die ene fietser is verdwenen

om deze tekst op de weg te fotograferen

Na een uurtje fietsen besluiten we bij een bunker langs het kanaal even te pauzeren. Het is een door de Duitsers in 1941 aangelegde bunker uit de tijd dat ze nog plannen hadden voor een invasie van Engeland. In het kanaal lagen daartoe binnenvaartschepen, die omgebouwd werden tot invasieschepen. De bunker diende als schuilplek voor de arbeiders voor het geval de geallieerden de boel kwamen bombarderen. Bovenop werd een camouflerende graszode aangelegd. Tegenwoordig is de bunker een onderkomen van vleermuizen. 

Dat is geen grote vleermuis maar uw verslaggever bovenop de bunker

Volgens een informatiebord bevinden we ons hier in de Vallei van de Zuidleie. Het is historische plek, niet alleen vanwege de Duitsers met hun bunker, maar ook vanwege een strijd tussen Bruggenaren en Gentenaren die hier in 1382 is uitgevochten. Die van Brugge wilden een kanaal, die van Gent - de Witte Kaproenen, onderschat ze niet - wilden dat niet. Ze vreesden dat het kanaal ten koste zou gaan van hun handel. Die van Gent wonnen de slag, maar later is het kanaal er toch gekomen. Dat kwam omdat de Hollanders tijdens de Tachtigjarige Oorlog in 1568 de Westerschelde voor alle scheepvaart afsloten en toen hadden beide steden opeens allebei belang bij een vaarweg. Erg vlot ging de aanleg overigens niet. Pas in 1625 was het kanaal helemaal klaar.


Nadat ik nog even in de vogelpoep op een bankje ben gaan zitten - geen bewuste actie - vervolgen we onze weg. Op een terrasje in Sint-Joris drinken we een cappuccino. We vragen aan de uitbater of we even een leeg waterdrinkflesje - het is erg warm vandaag - kunnen aanvullen. 

Na een bezoek aan een buurtwinkel in Sint-Joris waar we een extra flesje water en een Vlaamse dressing, voor een salade kopen (die dressing die gisteren bij onze salade zat - Délino, Belgium's Finest Flavours, Vinagrette Bieslook á la Ciboulette, een heel lekkere dressing, aldus deze influencer; stuurt u de flessen maar op), fietsen we weer verder. We passeren in Aalter een industrieterrein aan het Kanaal. Niet het mooiste deel van de route. Een paar kilometer verderop pauzeren we. Als we daarna weer verder willen fietsen, zegt Marianne opeens: "Mijn band is plat. "Wat???" Hij is inderdaad plat. We hebben hem niet leeg horen lopen, maar de lucht is er wel uit. Nee hè. 

Het is de achterband. Ook dat nog. We hebben weliswaar een pompje en wat plakspullen bij ons, maar het vooruitzicht om hier in de hitte te proberen om de lekke achterband te plakken is geen aantrekkelijk vooruitzicht. Ik probeer hem nog op te pompen, maar hij loopt direct weer leeg. Marianne haalt er precies twee meter mee. We kijken op Google Maps waar we precies zijn. Ergens tussen Aalter en Beinum in. Ook dat nog. Zo'n lekke band krijg je nooit in een dorp zelf maar altijd tussen twee dorpen in.

Marianne zoekt vervolgens op Google naar een fietsenmaker. In Beinum, ruim 9 km verderop, zit er eentje. Dat is ruim drie uur lopen. Brrrr. Ook terug in Aalter (8 km terug volgens Marianne zit er ook eentje.) Marianne belt de fietsenmaker in Beinum op. Ze krijgt de voicemail, spreekt in wat er aan de hand is en dat we daar tegen half vijf denken te zijn en hopen dat hij dan nog open is. We maken ons op om een eind met de lekke band te gaan lopen.


Terwijl we moed verzamelen om te gaan lopen, komen er twee Belgische fietssters aan. We vragen of zij nog ergens anders een fietsenmaker weten. Volgens hen ligt het dorp Aalter dichterbij en zou daar ook een fietsenmaker kunnen zitten. Marianne googelt opnieuw en dan blijkt het dorp Aalter - niet te verwarren met het industrieterrein waar we langs kwamen-  inderdaad veel dichterbij te liggen. Geen 8 km terug zoals we eerst dachten, maar slechts 3 km. Dat scheelt behoorlijk. Marianne belt daarop naar een fietsenwinkel in Aalter, maar volgens de man die ze aan de lijn krijgt, repareren ze geen fietsen maar verkopen ze alleen maar fietskleding. Daar hebben we nu even geen behoefte aan. Een volgens nummer is gelukkig wel raak. Ze herstellen rijwielen.


Ze zijn open en hebben tijd voor een reparatie. We lopen daarop naar Aalter.

Lopend op weg naar de fietsenmaker in Aalter.

Na drie kwartier lopen  - onderweg  belt de fietsenmaker uit Beinum terug; we bedanken hem en leggen hem uit dat we toch maar naar Aalter gaan - komen we bij de winkel aan. Het is een grote fietsenwinkel met een reparatie-afdeling. Terwijl twee vriendelijke jongemannen zich met Mariannes fiets bezig gaan houden, rusten wij in een soort recreatieruimte boven de winkel uit.

Wachtende boven de werkplaats totdat de fiets is hersteld

Een half uurtje later zit er een nieuwe binnen- en buitenband op (er zat een scheur in de buitenband) en kunnen we weer verder. Marianne heeft nu weliswaar een band met een Belgisch ventiel, maar volgens de jongemannen kon je die met Nederlandse fietspompen ook oppompen. Ze kijken - lees luisteren - ook nog even naar mijn geluid makende fiets. Volgens hen is het niet de ketting maar de crank. Ik kan er wel mee doorfietsen. Ik moet er in Nederland maar even naar laten kijken. Enfin, we rekenen af - de kosten vallen mee -  en we stappen dankbaar voor de snelle service op. 


Bij een bakker in het dorp kopen we nog even wafels en iets waar appel inzit en wat er zowel lekker als ongezond uit ziet en gaan we weer op weg.

Een kilometer of tien voor Gent houden we even pauze om onze 'appelsnack' te eten.

Zo'n zes kilometer voor Gent komen we bij het einde van ons knooppuntenlijstje. Wat rest is een fietspad pal langs een drukke snelweg de stad in. Laat ik het zo zeggen, het is niet het mooiste stuk van de route. In de stad Gent is net als in Brugge de boel ook opengebroken. Het zal wel eens een keertje niet zijn. We worden via een tunnel bij station omgeleid. We proberen daarna via Google Maps naar onze hotel te fietsen, maar omdat Google Maps ons de hele tijd door een park wil leiden, geschiedt dat maar moeizaam. Uiteindelijk bereiken we ons hotel - 'JAM'- dat zich in een oude kazerne bevindt. Het heeft wel iets van Hotel New York in Rotterdam.

Ons hotel

Marianne maakt wat foto's van onze kamer, waarbij ik dringend wordt verzocht om niet in de weg te gaan staan.


Ons hotel gespiegeld in een gebouw aan de overkant, gefotografeerd vanuit onze hotelkamer. 

We lopen vervolgens Gent in. Net zoals Brugge kent het een hoop oude huizen. Ik zie er zelfs eentje dat volgens het jaartal op de gevel uit 1234 zou zijn. Echt mooi is het niet, wel oud. Het verkeert in niet al te beste staat


Oké, het kan nog een graadje erger

Gelukkig telt Gent ook een hoop oude gebouwen die er wel goed verzorgd uit zien.

1531

Op een terrasje in het centrum eten we vervolgens een voedzame avondmaaltijd.

Ons terrasje

Aardbeientoetje met ijs.

Na het eten lopen we nog even een rondje door Gent en bekijken we de oude binnenstad.





Gent is de grootste studentenstad van Vlaanderen. Het telt meer dan 80.000 studenten. Behalve veel toeristen zien we dan ook veel 'jongelui' op straat lopen en op de terrasjes zitten.

Er is ook een oud kasteel, Kasteel Gravenstein uit 1180. Tot 1353 was het de residentie van de graven van Vlaanderen. Graaf Lodewijk, de laatste bewoner, vond echter dat het te weinig comfort bood en verhuisde in 1353 naar elders.


Waar studenten zijn, zijn  fietsen.

Eeuwige student


Er zijn ook nieuwe bouwsels.

Tegen een uur of tien zijn we weer terug in ons hotel. We hebben een vermoeiend warm dagje achter de rug.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten

20 mei van huis naar Sluis

Marianne kwam met het voorstel om in mei een kleine week in Vlaanderen te gaan fietsen. In een vlaag van verstandsverbijstering heb ik gezeg...